Wanneer je een wandeling maakt kom je deze plant op vele plaatsen tegen. Ze kan zowel voorkomen in een vochtige weide als aan de rand van een vijver als van een gracht. Het belangrijkste is dat ze genoeg water heeft.
Deze verspreiding gebeurd grotendeels door de vogels die wel een zaadje lusten van deze plant.
Driedelig tandzaad komt voor in geheel Europa en Noord America. Soms bestaat er ook een discutie bij welke familie deze plant behoord. Deze naam heeft ze te danken aan het latijn. De naam bidens komt van de naam ”bis” wat betekend twee en “dens” wat betekent getand. Alhoewel ze getande bladeren heeft slaat dit niet op het blad maar op de vrucht. Tripatitus betekend dan weer driedelig wat wel op de bladeren terugslaat.Deze eenjarige plant heeft een stevige penwortel die een 50 cm diep kan groeien. Hierdoor zijn ze ook moeilijk uit te roeien, omdat er gemakkelijk een stuk van blijft steken wanneer je ze met een shop uitdoet.
Uit deze wortel groeit een rechtopstaande stengel die 1m hoog kan worden. Ze wortelt graag in stikstofrijke grond. Als de grond arm is word ze niet groter dan 30cm en kan na verloop verdwijnen. Als je deze stengel goed bekijkt heeft deze een normale dikte, maar heeft groeven in de stengel waardoor ze geribt tot hoekig overkomt. De kleur van deze stengel kan van groen naar rood tot paarsachtig variëren. Tevens is de stengel niet behaard. De stengel is vertakt vanaf de wortels. Hoe hoger de plant wordt hoe meer vertakt ze is.
De bladeren die aan deze stengels krijgen in hun groei twee vormen. Wanneer het blad juist aan de stengel komt kunnen ze een eironde vorm hebben, soms zelfs een lange smalle vorm waardoor ze op een lancet lijken. Later is het blad ovaal tot langwerpig. Deze bladeren staan steeds tegenoverstaand aan de stengel, met een versmalde basis en een puntig einde. De bladrand is getand. Wanneer je het blad goed bekijkt heeft het merendeel van de bladeren een heldergroene kleur en ze zijn oneven 2-5 delig geveerd. De bladsteel kan een roodachtige kleur vertonen. Aan de takuiteinde komen de knoppen waar de gele bloemen uit komen. Deze bloemen zijn tweeslachtig. Dit betekend dat ze zowel meeldraden als een stempel hebben. Wanneer ze in bloei staan tussen juni en oktober kunnen ze een prachtig showspel vormen langs de vijverranden of wijde. De gele bloemen geven een mooie kleur.
Wanneer de bloem bevrucht is komt er in oktober een vrucht is die kaal is met aan de zijkant 2 naar beneden gerichte tanden. Vandaar het woord dens.
Door het grote aantal zaden(200 tot 300) dat deze plant voortbreng kan ze in een vrij korte tijd de gehele vijver of weide bedekken. Dit is wanneer ze in bloei staat zeer mooi, maar al snel moet je vaststellen dat deze plant een plaag wordt.
De zaden worden ook graag gegeten door de vogels.
Door het woekerend vermogen van deze plant wordt ze niet in de handel verkocht.
Ze wordt echter in vele landen aanzien als onkruid.
Door haar lange wortels is ze ook moeilijk uit te roeien.
Deze verspreiding gebeurd grotendeels door de vogels die wel een zaadje lusten van deze plant.
De plant brengt enorme grote hoeveelheden zaad voort waardoor de weide of je vijver een bloemenpracht wordt. Maar Na verloop van tijd wordt het een pest waardoor je de plant moet wieden.
Door het woekerend vermogen wordt ze in vele landen aanzien als onkruid.
Hierdoor wordt ze ook niet in de handel verkocht. Tevens is het een eenjarige plant.
Deze tandzaad werd vroeger getaxeerd voor zijn medische eigenschappen, en over het algemeen aangewend in koortsen, blaas en nierproblemen. Ze werd beschouwd ook een goede remedie te zijn tegen bloedarmoede. Ze zou tevens versterkend zijn voor de lever. In het verleden werd ze ook gebruikt tegen geel en waterzucht. Personen die wormen hadden werden behandeld met de extracten van deze tandzaad.
Bij de dieren werd ze ook gebruikt tegen de wormen,, de hoest, vooral bij koeien.
Soms werd de plant verbrand. Dit gaf een sterke geur. Deze verjaagde de vliegen en de wespen. In weinige gevallen werd de bloem gebruikt om garen te kleuren. De bloem werd gemalen en in water gedaan samen met het garen dat samen gekookt werd.
Verder zijn er nog.
Knikkend tandzaad (Bidens cernua)
Riviertandzaad (Bidens radiata)
Smal tandzaad (Bidens connata)
Veerdelig tandzaad (Bidens tripartita)
Vermeerdering:
Tand zaad is echter niet nodig om te vermeerderen. Je krijgt er vanzelf genoeg door de zaden die verspreid worden.
Ziekten en plagen:
Springstaarten zijn zeer kleine insecten die niet voorkomen op licht gronden. Ze hebben duidelijke voorkeur voor zware gronden met een hoog gehalte aan organische stof